Muziekzomer 2017

In gesprek met David Prins

In gesprek met David Prins, regisseur van sprookjesopera Hänsel und Gretel

David Prins studeerde cello en muziektheaterregie aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Tijdens zijn loopbaan werkte hij mee aan talloze producties van onder meer De Nederlandse Opera, Opera Zuid, De Nationale Reisopera, The New Israeli Opera en de Staatsopera van Tatarstan. Naast het regisseren schrijft, vertaalt en bewerkt Prins teksten voor theater, doceert hij aan Codarts en het Koninklijk Conservatorium en organiseert hij community-podiumprojecten. Dit seizoen trekt hij alles uit de kast om Hänsel und Gretel te laten schitteren in de Veluwse bossen.

Veel mensen kennen het verhaal van Hans en Grietje natuurlijk, maar wat maakt het zo bijzonder als opera?
Een opera is anders dan het vertellen van een puur gesproken verhaal; de muziek maakt dat je de wereld die achter het verhaal schuilgaat gaat voelen. Dus als er honger wordt geleden – want Hans en Grietje en hun ouders hebben natuurlijk honger – dan ga je dat echt voelen door de intensiteit van de muziek.

Als regisseur heb je veel ruimte voor het creëren van een bepaald beeld en een specifieke sfeer. Hoe heb je dat ingevuld voor Hänsel & Gretel?
Allereerst kijk je naar wat in toneeljargon de ‘gegeven omstandigheden’ zijn. Dat betekent in dit geval een groot orkest dat niet in een orkestbak zit, maar de motor van de voorstelling vormt qua klank en beeld. Ik vind het ontzettend leuk om daar iets mee te doen, en daar ben ik ook over in gesprek met dirigent Antony Hermus. Als regisseur ga je fantaseren binnen een strakke analyse van de ‘gegeven omstandigheden’, om tot een beeldverhaal te komen dat uniek is voor dit project.

Het verhaal speelt zich in het bos af, en ook de opera zal in de openlucht worden uitgevoerd. Hoe ga je daar als regisseur mee om?
Het bos staat in de verhaal- en de toneelcultuur voor een plek buiten de plek waar wij leven. In toneelstukken verliezen mensen zichzelf als ze naar het bos gaan, of ze komen erachter dat ze eigenlijk in een heel verkeerd leven zitten en het helemaal anders willen. Het bos is dus een best bedreigende maar vaak ook bevrijdende omgeving, weg van je normale plek. De opera Hänsel und Gretel is in het bos gesitueerd, en deze productie wordt ook nog eens opgevoerd in een echt bos. Het is geweldig leuk voor een vormgever zoals ik om daar accenten te zoeken die je binnen een theater veel minder goed kunt leggen.

Waar gaat Hänsel und Gretel voor jou over?
Het gaat eigenlijk over verstotenen, mensen die buiten de maatschappij vallen. Je hebt een disfunctioneel gezinnetje met een dronken vader, een moeder waarmee van alles mis is en twee kinderen die honger lijden. Ook de heks is eigenlijk een vrouw die verstoten is uit de normale gemeenschap, een vrouw die niet normaal wil of kan functioneren binnen het burgerlijke rolpatroon. In Hänsel und Gretel zie je hoe best wel sneue figuren zich door het leven slaan; het is eigenlijk een symbolisch verhaal dat over het onvermogen van ons allemaal gaat, en daarom raakt het ook zo. Het gaat over die basale hunkering naar iets wat je niet kunt krijgen, en daar staat voedsel voor in dit verhaal. Maar het gaat natuurlijk eigenlijk over liefde, aandacht en koestering, iets wat we allemaal zoeken.

Je gaat ook een aparte familievoorstelling van Hänsel und Gretel maken. Wordt die ook zo duister?
De kinderversie wordt heel anders, dat wordt meer gezellig griezelen in een verkort programma met een lichte toets. De dirigent keert zich om naar de kinderen en vertelt hen telkens wat er in het verhaal gebeurt voordat er een stuk wordt gespeeld. In plaats van de klemtoon te leggen op het voortdurend streven naar een betere situatie, gaan we een spannend verhaal vertellen.

Je hebt zelf cello en muziektheaterregie gestudeerd aan het Conservatorium van Den Haag. Hoe is het om nu te werken met studenten van NJO en DNOA die in eenzelfde situatie zitten als jij ooit?
Dat is geweldig! Als ik met de instrumentalisten, zangers, dirigent of productieleider over dit stuk praat dan leer ik van hun connectie met het materiaal. Een aantal individuen komt samen, en als het goed is en iedereen elkaar vertrouwt dan delen ze een aantal weken het onderste uit hun kannetjes met elkaar. Als ik alle betrokkenen nu met elkaar bezig zie zal het resultaat zeker het bezoeken waard worden!

Het verhaal heeft veel lagen: vriendschap, angst, jeugdigheid en sprookjesachtige elementen. Hoe komt dit terug in bijvoorbeeld de kostuums en het decor?
Ook bij de fysieke middelen kijk je eerst naar de gegeven omstandigheden. Een groot deel van de beleving van het decor is het bos waar we samen met het publiek zitten. Naast de regie ben ik verantwoordelijk voor het decorontwerp, Sanne Oostervink doet het kostuumontwerp. Voor de kostuums laat ze zich inspireren door de tijd waarin de muziek geschreven is, rond 1900. Door het niet te actualiseren laten we zien dat het van alle tijden is. Het wordt wel een fantasievolle versie van 20e-eeuwse kleding, het gaat natuurlijk eerst door de creatieve handen en geest van onze kostuumontwerpster!

Hänsel und Gretel, 4-9 augustus 2017.

NJO NIEUWSBRIEF
Volg de NJO Muziekzomer ook via de nieuwsbrief.