Muziekzomer 2017

Young artist in residence Shin Sihan

'Als ik op een podium sta kom ik los'
Young artist in residence Shin Sihan aan het woord…

Shin Sihan (1994) is een introverte jongeman, maar op zijn eenentwintigste al een grote speler. De violist is '…indrukwekkend te noemen en het lijkt of zijn grenzen nog niet zijn bereikt', aldus het juryrapport van het Kersjesfonds 2013. Hij groeide op in een Leids gezin. Vader werkzaam bij KLM en moeder in de zorg. Geen muzikaal nest dus, toch raakte hij als kind al gefascineerd door de viool: de vorm en haar klank. Gelukkig stuurden zijn ouders hem naar de muziekschool. Daar kwam zijn talent direct uit de verf: anderhalf jaar later speelde hij met een selecte groep muzikale talenten bij Coosje Wijzenbeeks Fancy Fiddlers. Dat beviel, want inmiddels begeeft hij zich in zijn natuurlijke violistenhabitat: het Koninklijk Conservatorium te Den Haag. Shin krijgt les van geroemd pedagoge Vera Beths.
Wij vroegen hem of hij al zin had in de NJO Muziekzomer, waarin hij drie eigen programma’s brengt en soleert. Daarop een volmondig 'ja! Ik kijk er ontzettend naar uit, het lijkt me leerzaam en enorm gezellig om met mijn muziekvrienden langs te komen.'
Shin brengt als young artist in residence 2016 veel kamermuziek, een geregisseerde Kúrtag over het leven van Kafka en hij soleert met meestercellist Raphael Wallfisch in het dubbelconcert van Brahms. Zijn pure liefde voor de muziek en zijn Muziekzomerplannen werden toegelicht in La Place op de zevende verdieping, een alternatieve koffiepauzelocatie van Amsterdamse conservatoriumstudenten. Aan het Conservatorium van Amsterdam had hij die dag een aantal repetities.
 


foto: Kimberley Zondag

Als je zou moeten kiezen: beroemd met een van je ensembles of als solist?
'Allebei, ik zou geen fulltime leven als solist willen. Het lijkt me ook maar eenzaam, dat bij wijze van spreken op het vliegveld wonen. Het is juist de afwisseling die het leuk maakt. De solistenstukken zijn wel heel vet en om voor enorme zalen te kunnen spelen is echt geweldig. Maar als je dan weer bij je vrienden thuis komt en echt lol hebt met elkaar tijdens een kwartetrepetitie, dat zou ik niet willen missen. Als solist voor een orkest speel je natuurlijk ook kamermuziek, je moet samenwerken met anderen.'

Je neemt een aantal van je goede muziekvrienden - Anne Brackman, Elisa Karen Tavenier, Pieter de Koe, Jelmer de Moed en Tim Brackman - mee naar de NJO Muziekzomer. Waar heb je ze leren kennen?
'Elisa Karen ken ik van de Fancy Fiddlers, Pieter trouwens ook. Ik werd gevraagd om op het kamermuziekexamen van Pieter te spelen, waar Tim ook aan meedeed. Hij was toen de buurman van Pieter. Anne, de zus van Tim, leerde ik kennen op een feestje, maar we waren elkaar tien jaar geleden al eens tegengekomen op een concours. Daar deden we toen allebei aan mee. We kenden elkaar niet, maar volgens mij vond ze me destijds een beetje irritant.'

Met Anne woon je inmiddels samen, dus die interesse kwam er wel. Wat is het geheim van werken met vrienden?
'We voelen elkaar zowel persoonlijk als muzikaal goed aan. Tijdens repetities hebben we dezelfde ideeën en aan weinig woorden genoeg. Dat is ook wel onze stijl: lekker spelen en niet te veel tussendoor praten. Als je bij elk ding stil staat, verlies je het overzicht en de grote lijnen in de muziek. Soms drinken we tijdens het repeteren ook een biertje. We hebben een hechte groep en een fijne basis opgebouwd. Dat duurt even, voor je dat met nieuwe mensen hebt.' 

Het is dus een werkende formule, ook om partners te zijn zowel in werk als privé?
Een lachende Shin: 'Nou, Anne kan soms ook heel gemeen zijn, maar dat kan ik wel hebben. Meestal heeft ze ook gelijk als ze zegt dat het lelijk is of ik iets raars doe. Ze neemt geen blad voor haar mond. De band die sterk is en het vertrouwen dat we in elkaar hebben maakt dat we goed samen kunnen spelen en plezier hebben. Soms verschillen we wel van mening, ook met de anderen. Dan proberen we ieders interpretatie uit en beslissen we heel democratisch welke het beste werkt. Dat is het leuke aan muziek: er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden. Ieder heeft zijn eigen ideeën en er is niet maar één waarheid.'


foto: Kimberley Zondag

Wat gebeurt er met je als je op een podium staat?
'Dan kom ik los. Als musicus sta je in dienst van de muziek. Het zijn zulke meesterwerken die je speelt, je moet ze wel eer aan doen. Dus ga je voor perfectie en leef je je helemaal in, anders kan je beter niet spelen. Ik wil vooral het verhaal dat de componist bedacht zo goed mogelijk vertellen en de beleving van zijn werelden overbrengen. Het is heel gaaf als dat ook lukt.'

Het zijn vaak wel complexe of grootse werelden. Hoe breng je die als eenentwintigjarige geloofwaardig over op het publiek?
'Dat heb ik aan mijn docenten te danken en de coaching die ik krijg. Je hoeft zelf geen trauma’s te hebben gehad om een gevoel op te roepen. Soms put je wel uit eigen ervaringen, maar veel inspiratie vind je vooral in de muziek zelf. Ik bestudeer vaak de muziekgeschiedenis en verdiep me in de componist zijn achtergrond. Sjostakovitsj is bijvoorbeeld beïnvloed door het sovjet-regime waarvan je niet een eigen mening mocht volgen. Je hoort bij hem veel oorlogstrauma's.'

Over grote werelden en geschiedenis gesproken: je wilde in de NJO Muziekzomer een programma rond Kafka. Waarom?
'Op de middelbare school moest je Kafka lezen voor Duits. Dat interesseerde me direct, zijn dromerigheid en de nachtmerrie-achtige, bizarre situaties uit zijn verhalen. En die beschreef hij op een hele gedetailleerde manier. Hij was ook jurist. Kafka wilde de vervreemding van de wereld benadrukken, dus het contrast tussen wat het individu wil en denkt en wat de maatschappij van je vraagt. Dat zie je ook op school: je bent een student, een individu met eigen ideeën, maar voor school ben je gewoon een nummertje. Hij beschrijft de beklemming die heerst: er wordt getracht op een bepaalde manier te leven, terwijl je misschien wel iets anders zou willen doen.
Iets meer dan een jaar geleden hoorde ik voor het eerst het stuk van Kurtag, de Kafka Fragmenten. Hij heeft het geniaal gecomponeerd, het is hele scherpe muziek. De 40 miniaturen duren niet lang, maar zijn zo verschillend qua karakter. Voor mij wordt het heel interessant om die karakters helemaal tot hun recht te laten komen. Het is ook iets nieuws om met een zanger en regisseur te werken. Ik denk dat het ontzettend leuk zal worden. Je gaat op een andere manier met de muziek aan de slag, meer beeldend beeldig. Het voortraject is al mega spannend, ik mag binnenkort met regisseur Marc Krone mee op locatiebezoek en hij geeft me al huiswerkopdrachten om het stuk beter te begrijpen.'

Je gaat met je vaste club ook een aantal kamermuziekprogramma’s brengen, waaronder ‘Bohemian Rhapsody’. Wat is dat met de liefde voor Bartók en violisten?
'Bartók is ontzettend gaaf, hij heeft een bepaalde klank en hele eigen stijl. Zijn muziek werd beïnvloed door het volk. Hij vond überhaupt dat de muziekoorsprong in de volksdansen lag en probeerde er zich tijdens zijn vele reizen helemaal in te verdiepen. Vervolgens gaf hij een eigen twist aan die bestaande Boheemse melodieën. Technisch zijn Bartóks stukken heel interessant. Zijn muziek is van zeer hoog niveau, virtuoos en moeilijk om te spelen. Het blijft in het begin slikken als je aan Bartók begint, je bent er lang mee bezig. Een voordeel is wel dat zijn muziek nooit verveelt, zeker niet als je het echt goed gaat (be)studeren.'

Van Bartók naar Schubert, Brahms en Brigg in 'De Vrienden van Shin LIVE!'. Hoe verhouden de werken uit dit laatste programma zich tot elkaar?
'Het strijkkwartet van Schubert en Brahms' klarinetkwintet zijn allebei laat-geschreven stukken. De componisten stonden aan het eind van hun carrière toen ze deze kamermuziek schreven. Het is dan ook volwassen muziek. Binnen dit programma met ultiem klassieke werken maken we een leuk uitstapje naar een nieuwe compositie van Jonathan Brigg. Het is heel gaaf om uit te voeren, nadat je er met zijn allen je eigenheid aan hebt gegeven. Nieuw versus oud, jong versus volwassen dus. Ondanks een eigen karakter van de instrumenten, past het geluid van een klarinet heel goed bij dat van de strijkers. Brahms was natuurlijk een vakman en heeft het ook op zo’n manier geschreven dat het blaasinstrument heel mooi met de andere kwintetleden mengt.
Het totaalprogramma is veelzijdig, er zit bijvoorbeeld een groot contrast tussen de opgewekte Brahms en de donkere Schubert. Schubert duurt wel 50 minuten. In zo'n lang stuk is het soms wel lastig om de lijn en focus aan te houden. Je moet precies weten waar je naartoe wilt werken en spelen, maar toch de spontaniteit niet verliezen met z’n allen. We proberen met het kwintet de stukken niet kapot te repeteren, maar het eerder los te laten. Gewoon doen en maar kijken wat er op moment suprême gebeurt.'


foto: Kimberley Zondag

Wat nou als je geen viool meer zou kunnen spelen?
'Dan zou ik misschien toch geschiedenis gaan studeren, of mijn Engelse opleiding afmaken. Of misschien zelfs voor filosofie kiezen. Ik heb een blauwe maandag ook Engels gestudeerd. Het leek en lijkt me nog steeds heel interessant om er iets bij te studeren, naast mijn vioolstudie. Toch bleek het lastig om het bij te houden: om de aanwezigheid in college op de universiteit en mijn lessen aan het conservatorium goed te combineren. Ik wilde sowieso violist worden, dat stond voorop. De tweede studie kostte me te veel tijd, dus ben ik daarmee gestopt helaas.'

En hoe zie je jezelf over tien jaar?
'Als ik dan hetzelfde kan doen als wat ik nu doe, ben ik blij: met vrienden muziek maken, af en toe soleren en misschien een beetje les geven. Ik zou wel heel graag een thuisbasis willen hebben. Dat zeggen we als we samen zijn met vrienden ook tegen elkaar: wat er ook gebeurt, we komen altijd wel bij elkaar terug.'

Wat vind je van het NJO: Nationaal Jeugd Orkest?
'Via school kwam ik in aanraking met het NJO. Ik wist altijd wel wat het NJO was en deed, maar ik had zelf nooit eerder in het orkest gespeeld. Vorig jaar kwam het Opleidingshoofd Klassiek van het conservatorium naar me toe om mijn interesse te polsen, waarna hij mij voordroeg aan NJO’s young artist in residence-jury. Ik was super enthousiast, al helemaal toen ik uiteindelijk ook werd gekozen. Nu mag ik eigen programma's samenstellen en leer ik ontzettend veel. Ik vind het soms lastig om keuzes te maken. Je wilt gewoon alles doen. Daarbij heb ik hulp gehad van verschillende coaches, waaronder van datzelfde Hoofd Klassiek Wim Vos (voorheen artistiek leider van het NJO, red.). Vera zei gelukkig ook meteen: "gewoon doen". Van haar moet ik nog wel andere stukken blijven studeren, ook vanwege mijn eindexamen volgend jaar. Inmiddels ben ik begonnen met de zomervoorbereiding, het zijn veel programma's in verschillende stijlen die ik tijdens de NJO Muziekzomer ga brengen. Dat deze zomer heel gezellig gaat worden - dat vind niet alleen ik, ook de anderen kijken er naar uit - is zeker! Daarnaast zal het voor mij een persoonlijk leerproces worden, van multitasking tot snel schakelen. Dat is nu ook al gaande!' 

Als solist kom je óók nog aan je trekken in de NJO Muziekzomer. Kijk je al uit naar Brahms’ dubbelconcert?
'Ja, dat wordt supergaaf! Het wordt wel een uitdaging voor me. Het is niet alleen met orkest spelen, maar ook met Wallfisch. Dat is natuurlijk een naam. Om met zo iemand dat stuk te mogen spelen is een droom die uitkomt. Hij heeft zoveel ervaring en is echt een 'maestro' in zijn vak. Dat kan alleen maar heel inspirerend worden. Je trekt jezelf op aan het niveau van zo iemand. Ik had het dubbelconcert al eens eerder gespeeld, maar met het NJO en Wallfisch wordt de ervaring behoorlijk next level.'

~Simone van Hoof

Klik hier om de biografie van Shin te lezen.

NJO NIEUWSBRIEF
Volg de NJO Muziekzomer ook via de nieuwsbrief.