Muziekzomer 2017

Young artist in residence Ella van Poucke

‘Er gaat geen dag voorbij zonder muziek

Een onderonsje met young artist in residence Ella van Poucke
Ella van Poucke (1994) raakte al op jonge leeftijd in de ban van de cello. Inmiddels is ze uitgegroeid tot een toptalent van internationaal formaat, en is ze deze Muziekzomer de young artist in residence. Ella heeft al vele prijzen op haar naam staan, er is een stuk speciaal voor haar gecomponeerd en ze reist de wereld over voor festivals en concerten. Een cellist van het hoogste kaliber dus – tijd om haar wat beter te leren kennen.

Laten we bij het begin beginnen, in wat voor setting ben je opgegroeid, is iedereen in je familie zo veel met muziek bezig?
Mijn ouders zijn allebei musicus. Mijn moeder was altviolist en mijn vader trompettist. Mijn ene broer is pianist, mijn jongere broertje speelt gitaar en is balletdanser, hij heeft nu net een baan bij het Nationale Ballet. Mijn jongere zusje speelt een beetje altviool, ze is niet heel serieus met muziek bezig maar houdt wel heel veel van muziek. Thuis was er dus altijd veel muziek om ons heen. Toen ik zes was, ben ik van viool overgestapt op cello. Een goede vriend van onze familie is cellist. Ik hoorde hem altijd studeren en ik dacht: dat wil ik ook. Mijn ouders stimuleerden het spelen, maar het was wel mijn eigen keuze, ze pushten me niet. Door die steun gecombineerd met de kansen die ik kreeg, wil je het zelf ook steeds beter doen.

Hoe belangrijk is de steun van jouw buitengewoon muzikale familie voor je? Levert het ook competitie op?
Mijn ouders steunden en stimuleerden het heel erg. Als ik een instrument wilde spelen dan moest ik ook echt van ze oefenen. Het was wel altijd mijn keuze, ze pushten me niet. Toen ze merkten dat het best heel goed ging en dat ik het ook heel leuk vond, zijn ze meteen mogelijkheden voor mij gaan zoeken. Zo kwam ik bij festivals waar ik lessen kon nemen, en zij kenden veel mensen in die wereld dus dat helpt ook bij het vinden van leraren. Maar ik heb veel vrienden die niet musici-ouders hebben en die zijn zich ook fantastisch aan het ontwikkelen, dus hoewel het wel helpt om uit zo’n gezin te komen omdat het zo vanzelfsprekend is, hoeft het niet per se zo te zijn. Ik heb ook gewoon veel geluk gehad met de kansen die ik kreeg en de mensen die ik heb ontmoet, dat werkt heel stimulerend en daardoor wil je het zelf ook steeds beter doen. Het is wel bijzonder dat bij ons iedereen echt iets met muziek heeft. Mijn broertje doet dan ballet maar dat is ook vanuit een klassiekemuziekhoek gekomen.


Foto: Wouter le Duc

Hoe ben je bij het NJO terechtgekomen en wat zijn je indrukken tot nu toe?
Ik werd gevraagd om een van de genomineerden te zijn voor de young artist in residence-positie en dat leek me heel erg leuk, dus toen heb ik voor dirigent Antony Hermus gespeeld. Ik heb ook al eerder met het NJO gewerkt voor een opname van de Tiende van Tijl op televisie, en het NJO heeft natuurlijk een naam in Nederland. Ik heb ook gezien wat de vorige artist in residence, violist Shin Shihan, heeft gedaan en dat zag er allemaal zo gaaf uit! Wat heel leuk is, is de totale vrijheid in het programmeren van mijn concerten. Ik kan eigenlijk alles doen wat ik wil en dat is een ontzettende luxe. Ook is het natuurlijk leuk dat ik met allemaal jonge mensen werk, en op bijzondere en diverse locaties speel. Het zijn hele mooie, soms verborgen plekken.

Over die projecten en locaties gesproken, wat ga je precies doen en waar kijk je het meest naar uit?
Als eerste spelen we alle Pianokwartetten van Brahms, daar ben ik heel benieuwd naar want dat is een heel intens en groot project. Het eerste kwartet schreef hij toen hij nog best wel jong was, dit kwartet zit vol met volkselementen terwijl hij bij het tweede stuk al ouder was en het werk veel groter is van structuur. Het laatste kwartet in c-mineur is een ongelofelijk donker werk, geschreven in een moeilijke tijd van zijn leven. Om die drie werelden bij elkaar te brengen is zeker een uitdaging, maar ook een hele spannende reis door het leven van Brahms als het ware. Een ander project dat ik ga doen tijdens de Muziekzomer is met mijn broer Tim. Het is voor het eerst dat wij met zijn tweeën samen gaan werken, daar heb ik veel zin in. Het combineren van kunstvormen vind ik echt heel gaaf en kijk er naar uit om met choreograaf Wubkje Kuindersma van het Nationale Ballet, waar mijn broer Tim al meer mee heeft gewerkt, iets nieuws te creëren. We spelen dan samen een sonate van Schnittke, ik speel alleen een suite van Bach en als derde spelen we ook nog Arvo Pärts Spiegel im Spiegel. Nog een Muziekzomerproject is het Celloconcert van Schumann met het NJO, dat we ook tijdens het Grachtenfestival in Amsterdam zullen spelen. Ik hou ontzettend veel van de muziek van Schumann. Zijn uitdrukkingskracht en kwetsbaarheid ben ik vanaf jonge leeftijd al heel erg van onder de indruk.

Is het wel eens lastig om je op deze leeftijd al in te leven in grootse, meeslepende stukken van componisten? 
Het is wel echt ons vak, we zijn constant bezig om ons in te leven. Deels gaat dit via het repetitieproces, waarin je bij elkaar komt en zorgt dat je ook goed voorbereid bent en hetzelfde concept voor ogen hebt. Ik speel die stukken vrij vaak en soms heb je weinig tijd met de andere musici, maar dit keer hebben we genoeg tijd om echt die samenhang te creëren en het echt samen neer te zetten. Ik heb een betere klik met bepaalde componisten dan met anderen, ik voel me bijvoorbeeld heel comfortabel bij het spelen van Bach, Beethoven en Schumann. Het is vooral zo dat wanneer je een stuk echt heel erg mooi vindt, je het zo goed mogelijk wil spelen en dan voel je dat meer.

Waar zie je jezelf in de toekomst – als fulltime solist of meer aan de organiserende kant van festivals en concerten?
Nu ben ik veel als solist aan het spelen, maar ik speel ook nog steeds veel kamermuziek en bij festivals, juist de combinatie van al die dingen vind ik heel erg leuk. Als ik altijd maar als solist onderweg zou zijn, zou ik denk ik heel eenzaam worden. Ik merk nu dat wanneer ik een tijdje dingen alleen doe, het erg fijn is om daarna met vrienden kamermuziek te spelen. Voor mij is die balans belangrijk om te behouden. Ik ben vrij kritisch voor mezelf en dan is dit een vak waar het nooit goed genoeg is, omdat er niet één ‘juiste’ manier is om iets te spelen: het kan altijd beter of anders. Ook al is dat soms lastig, het is ook het mooie dat je je altijd kan verbeteren. Daarin is het ook een vrij kwetsbaar vak: behalve dat je goede technische vaardigheden nodig hebt, is muziek emotioneel ook heel breekbaar. Muziek doet iets met mensen en dat maakt het heel mooi om te mogen doen. Het belangrijkste is er altijd van te genieten, zelfs als je zenuwachtig bent of een lange reis achter de rug hebt. Er gaat eigenlijk nooit een dag voorbij zonder muziek. Ik houd ook echt van studeren. Sommige mensen hebben daar niet veel mee maar ik vind het erg leuk om te doen. Ik houd zo van het spelen en ook luisteren van muziek dat het echt elke dag wel aan bod komt, het kan ook bijna niet anders in dit vak.

Wat hoop je te bereiken en te beleven tijdens de Muziekzomer?
Vooral dat er ook veel jongere mensen komen. Iedereen die meespeelt is jong en het is leuk om dat te delen met andere jongeren. Iedereen is heel enthousiast en we zijn echt hard aan het werk om het festival zo bijzonder en feestelijk mogelijk te maken – met datzelfde gevoel hopen we andere mensen te kunnen aansporen om veel concerten te bezoeken. Ik hoop daarnaast vooral dat mensen nieuwsgierig worden van het programma. Het is een heel breed programma, met ook dans en modernere muziek, naast de echte klassiekers. Een aantal musici komt bovendien uit het buitenland dus dat maakt het een hele diverse groep, met een heel divers programma waar ik iedereen van harte voor wil uitnodigen!

NJO NIEUWSBRIEF
Volg de NJO Muziekzomer ook via de nieuwsbrief.